Boek over de Joodse Epenaren tijdens de Tweede Wereldoorlog


Zoo Menschonteerend beschrijft het lot van de Joodse Epenaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het aantal Joodse inwoners van de plaats Epe verdubbelde zich tijdens de bezettingstijd, waardoor deze groep uiteindelijk 34 personen telde. Nederlandse Joden uit andere plaatsen kwamen in Epe wonen. Bovendien vestigden zich hier gevluchte, buitenlandse Joden.

Zes Epenaren werden vermoord in de vernietigingskampen en twee personen zagen geen andere uitweg dan zichzelf te doden. Hun levensverhalen worden verteld. Zoo Menschonteerend staat daarnaast stil bij de Joodse Epenaren die de oorlog overleefden. De bezettingstijd was voor hen een diepingrijpende gebeurtenis die veelal sporen naliet in het verdere leven. Beschreven wordt hoeveel moeite zij zich moesten getroosten om uit handen van de bezetter te blijven en wat dat van hen vergde.

Epenaar Willem Veldkamp beschrijft welke anti-Joodse maatregelen de bezetter trof en wat de gevolgen hiervan waren voor de Joden in Epe. Zo lezen we dat al in juni 1940 vier mannen ontslagen werden bij de plaatselijke Luchtbeschermingsdienst. Zoo Menschonteerend laat zien dat de meeste Joodse inwoners de moed hadden onder te duiken toen ze zich moesten melden voor een werkkamp of kamp Vught. Daarbij wisten zij zich gesteund door het plaatselijke verzet, dat in vergelijking met elders in het land vroeg op gang kwam. Veldkamp citeert veelvuldig uit het dagboek van verzetsvrouw Bets van Lohuizen. Zij was vastbesloten de Joodse medeburgers te ondersteunen. Ook uit het dagboek van de burgemeester Diepenhorst zijn fragmenten overgenomen. Ze maken duidelijk dat hij geworsteld heeft met de vraag waaraan wel of niet medewerking verleend kon worden. De ambtenaren in de gemeente Epe hebben doorgaans uitvoering gegeven aan de anti-Joodse maatregelen. De plaatselijke NSB zag hierop nauwlettend toe. De gemeente verstrekte meermalen informatie over haar Joodse inwoners. Hierdoor was het de bezetter voortaan bekend wie de Joodse inwoners van Epe waren en waar zij woonden. Ook plaatselijke politiemannen kwamen voor dilemma’s te staan. Deze worden beschreven en ook wordt de vraag beantwoord of zij betrokken waren bij de arrestatie van ondergedoken Joodse Epenaren.

Al in 1987 interviewde Veldkamp een aantal Joodse ingezetenen van Epe en sindsdien heeft het onderwerp zijn belangstelling gehad. Hij noemt zijn publicatie een ‘noodzakelijk boek’, niet omdat het van zijn hand is, maar omdat deze geschiedenis verteld moet worden, zodat de namen van de slachtoffers gekend zijn en opdat wij niet vergeten.

Het boek is vanaf 24 april verkrijgbaar bij de plaatselijke boekhandel.