Opletten bij het spotten van insecten

Er zijn ongeveer 23.000 soorten geleedpotigen bekend in Nederland. Insecten vormen hiervan de grootste groep, waaronder vooral veel soorten kevers, vliegen, muggen, bijen, wespen, vlinders en mieren. Maar waar moet je op letten om deze beestjes tegen te komen.

Insecten spotten kan je het beste doen in de zomer, wanneer het lekker warm is buiten. Insecten zijn koudbloedige dieren, ze hebben warmte nodig om actiever te worden. De hoge temperaturen zijn gunstig voor hun ontwikkeling en voortplanting. Maak eens een ochtendwandeling. Het is dan nog relatief koud en de insecten moeten dan nog opwarmen. Ze zoeken een plekje in de zon op. Het is wel even zoeken tussen de planten, maar omdat de insecten door de verkilling nog stil zitten, kan je ze goed bekijken. Wil je ze in actie zien, dan kan je beter overdag een wandeling maken.
De meeste insecten kom je tegen tijdens een natuurwandeling. In botanische tuinen en graslanden rijk aan wilde bloemen, kom je voornamelijk vlinders, bijen en hommels tegen. Maar ook sprinkhanen vertoeven op de graslanden, zij leven voornamelijk van grassen en houden van veel zon.
Dichterbij de grond, tussen de bladeren van planten of de schors van bomen, vind je de kevers. Hun larven leven van de bladeren of wortels van planten. In het bos is de kans groot dat je een hoop van dennennaalden, takjes en bladeren tegenkomt. Ga eens wat dichterbij kijken, want hier vind je de bosmier.
Insecten zijn te herkennen aan hun tweezijdig symmetrisch lichaam, een insect heeft altijd zes poten, een kop met ogen en voelsprieten en vaak een of twee paar vleugels.
Dierenzoeker.nl is een handige website om op te zoeken welk insect je bent tegengekomen onderweg. Is het je zelfs gelukt om een foto te maken van het insect, dan kan je gemakkelijk via de app Google Lens ontdekken welk insect je hebt vastgelegd.