De Surfplas in Reeuwijk is een diep water dat moeilijk bevriest en waar veel vogels overwinteren. (foto Theo Haerkens)

Baggeren doet de natuur geen goed

Uit onderzoek van ecoloog Lisette de Senerpont Domis van het Nederlands Instituut voor Ecologie blijkt dat in diepe plassen veel meer natuurlijk leven zit dan gedacht. Dat heeft gevolgen voor het dumpen van bagger.

 

‘Overal waar wegen worden aangelegd en nieuwe wijken worden gebouwd, verplaatsen wij zand, bagger en klei. Bovendien zijn wij het afvoerputje van Europa. We liggen in een delta waarin drie grote rivieren uitmonden. Die baggeren we uit, want als we niets doen, slibben ze vol en worden ze steeds ondieper. Zand en klei moeten we ergens vandaan halen en de bagger moeten we juist kwijt.’

Ecoloog Lisette de Senerpont Domis van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) is een realist en ziet wat er gebeurt en waarom. Maar ze ziet ook dat het dumpen van bagger in voormalige zandwinputten minder onschuldig is, dan steeds gedacht.

helder water

Dit zogenoemde verondiepen betekent niet alleen dat in een zandput van ruim dertig meter bagger uit een haven, kanaal of rivier wordt gestort, maar 15 tpt 20 meter in diepte toeneemt. Anders dan tot nog toe werd aangenomen betekent dit ook een aantasting van de natuurwaarden van zo’n plas.

In de afgelopen vijf jaar heeft De Senerpont Domis in opdracht van de waterschappen in Noord-Brabant samen met mede-onderzoekster Laura Seelen 51 geïsoleerde voormalige zandwinputten onderzocht. De kwaliteit van het water en de bodem bleken beter dan die in ondiepe plassen, waar de invloed van regen en door de landbouw vervuild oppervlaktewater groter is. ‘Er is eigenlijk steeds van uitgegaan dat er dieper dan een meter of zes geen licht meer doordringt en de plantengroei ophoudt. Maar wij zagen in het heldere water van zo’n winput plantengroei tot wel achttien meter diep en volop plankton. Er was veel meer leven dan gedacht.’