“Soldaat van Hitler’: grondige analyse van het Duitse leger in de Tweede Wereldoorlog

 

De conclusie die Benoît Rondeau trekt uit zijn grondige analyse van de Duitse Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog ligt opgesloten in de titel van het boek. Soldaat van Hitler en niet soldaat ten tijde van Hitler. Een dictator die het leger van hoog tot laag naar zijn hand zet, nazificeert. Zijn grootste ‘prestatie.’

De schrijver, zoon van een vader die in 1940  door de bezetter krijsgevangen wordt gemaakt, neemt daarmee duidelijk afstand van historici die decennia lang de schijn van de apolitieke krijgsmacht overeind hebben gehouden. Die volgden  de opvatting van de Duitsers zélf dat ze zich in deze oorlog niet anders hadden gedragen dan de Russen. Met voorbij gaan aan de concentratiekampen en de Holocaust. Geen schuldgevoel bij de eerste naoorlogse generaties. Die hielden zich vast aan de heroïek van een superieur leger.  De licht bewierookte Konrad Adenauer waagde het nog om de onmenselijkheden in de concentratiekampen op één lijn te zetten met wat krijsgevangenen in Russische gevangenissen moesten ondergaan.

Rondeau, die in eerdere boeken zijn expertise over WO 2 bewees, volgt de soldaat van zijn opleiding tot aan het front. Doordrenkt van de gedachte dat racisme, antisemitisme en anticommunisme gerechtvaardigd is omdat het icoon Hitler dat zo heeft bepaald. De lezer krijgt een bombardement aan gegevens en feitelijkheden met reeksen cijfers over zich heen over uitrusting, wapentuig en oorlogsvoering.  Een leger dat in de Blitzkrieg de bevestiging ziet dat de mislukte schilder uit Oostenrijk het bij het rechte  eind heeft. Een superieur leger walst aan het westelijk front opponenten plat.

Is daar in zekere zin sprake van een correcte oorlogsvoering;  hoe anders ligt dat aan het oostelijk front waar de weerzin tegen Slavische volken wordt botgevierd met bestialiteiten. De schrijver geeft een gedetailleerd overzicht van de gebruikte wapens en de taktiek in de gevechten op de grond, in de lucht en op het water. De misdaden daar zijn ‘zum Kotzen’. 

De euforie over de successen loopt vast in de Russische winter. De schok bij het leger over het vermogen van ‘de Untermenschen’ om zich uit de ellende te vechten is groot. Het betekent her keerpunt in een oorlog die met verwoestende kracht de wereld overspoelt. Het is al lang duidelijk dat Duitsland deze oorlog niet kan winnen. Amerika stapt in, de geallieerden  nivelleren hun militaire achterstand.

Het is de nazificering van het leger die het verstand blokkeert, zo wil Rondeau duidelijk maken. Als dan de bewierookte Hitler blundert met strategische zetten, niemand in de legertop hem attaqueert, vloeit nog jarenlang onnodig  bloed bij miljoenen. Pas in de laatste fase van de oorlog zijn er pogingen om de grote baas het zwijgen op te leggen. Rondeau schetst de klungeligheid van die pogingen. De Russen nemen revanche. Dat gaat gepaard met gruwelijkheden, maar niet vanuit de gedachte een volk te elimineren.

Het spelen van de vermoorde onschuld is dat wat de schrijver het meest dwars zit. Hij ziet in de Koude Oorlog een belangrijk argument voor de ontsnapping van de Duitse criminelen. Het westen heeft de ‘vijand’ nodig om de Russische dreiging het hoofd te bieden en laat verantwoordelijken massaal ontsnappen. Wat te denken van het feit dat 43 procent van het Corps Diplomatique na 1945 uit SSers bestaat, zo houdt hij de lezer voor.

Dat pas in de tachtiger jaren een nieuwe generatie Duitsers  de waanzin van de Holocaust onder ogen ziet, wil hij toch wel even kwijt. Een verhaal dat is gebaseerd op een nauwgezette bevraging van een veelheid aan bronnen en een jarenlange studie. Je moet een ontzagwekkende hoeveelheid militaire details door ploegen, maar ze zijn nodig om de zuiverheid van de analyse te voeden. Een standaardwerk dat verheldert waarom je 75 jaar vrede moet koesteren.

 

Dick van der Veen